Overzicht lokale heffingen

De drie belangrijkste lokale heffingen zijn de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolbelasting. Onderstaand wordt ingegaan op de achtergronden en uitgangspunten 2019 voor deze heffingen. Daarnaast wordt kort stilgestaan bij de achtergronden en uitgangspunten van de overige belastingen, heffingen en rechten.

Baten
In de komende jaren worden de volgende baten uit lokale heffingen geraamd:

Heffingssoort (bedragen x € 1.000)

2018

2019

2020

2021

2022

Algemene dekkingsmiddelen:

Onroerende-zaakbelasting (OZB)

9.400

9.710

9.710

9.710

9.710

Roerende-zaakbelasting (RZB)

15

15

15

15

15

Hondenbelasting

157

161

161

161

161

Parkeerbelastingen

1.530

1.630

1.630

1.630

1.630

Precariobelasting

487

489

489

489

149

Subtotaal algemene dekkingsmiddelen

11.589

12.006

12.006

12.006

11.666

Gebonden heffingen:

Afvalstoffenheffing

3.266

3.913

3.913

3.913

3.913

Rioolbelasting

3.839

3.972

3.972

3.972

3.972

Leges

1.601

1.474

1.451

1.453

1.512

Begraafrechten

424

324

324

324

324

Marktgelden

76

42

42

42

42

Kadegelden

40

116

116

116

116

Subtotaal gebonden heffingen

9.246

9.841

9.818

9.820

9.879

Totaal geraamde inkomsten lokale heffingen

20.835

21.847

21.824

21.826

21.545

Algemene dekkingsmiddelen

Deze opbrengsten mogen vrij worden besteed. Er gelden geen wettelijke beperkingen voor de mate waarin de tarieven mogen worden verhoogd. Per opbrengstsoort volgt een toelichting op de ontwikkelingen in 2019.

Onroerende-zaakbelastingen
De OZB is verreweg de belangrijkste gemeentelijke belasting. De opbrengst behoort tot de algemene
dekkingsmiddelen en mag vrij worden besteed.

De OZB tarieven worden uitgedrukt in een vast percentage van de economische waarde van de onroerende zaken. Als onderdeel van de uitgangspunten van de Perspectiefnota 2019 is het OZB tarief met 2% verhoogd. Hierop wordt een correctie toegepast voor de waardeontwikkeling. De waarde wordt getaxeerd conform de WOZ en wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld. De taxaties zijn gebaseerd op het marktniveau op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar.

Voor 2019 wordt voor de woningen rekening gehouden met een gemiddelde waardestijging van 7,5%. Voor de niet woningen wordt een waarde ontwikkeling van 2,5% verwacht. Bij de tariefberekeningen is het uitgangspunt gehanteerd dat de hertaxatie op macroniveau niet tot verzwaring van de belastingdruk mag leiden, zodat de effecten van de hertaxatie zijn gecompenseerd via de tarieven.

In de onderstaande tabel is de ontwikkeling van het heffingsareaal 2019 met de bijbehorende tarieven weergeven.

Heffingsareaal

(x € 1mln)

Tarief 2018

Tarief 2019

Opbrengst (x € 1.000)

Woningen

- Eigenaar

3.622

0,1316%

0,1249%

4.524

Niet woningen

- Eigenaar

978

0,3106%

0,3090%

3.022

- Gebruiker

861

0,2527%

0,2514%

2.164

Roerende-zaakbelasting
De RZB is qua heffing te vergelijken met de OZB, met dien verstande dat de RZB wordt geheven voor roerende woon- en verblijfsruimten. De tarieven zijn wettelijk gekoppeld aan de OZB tarieven. Het heffingsareaal van de RZB is beperkt van omvang en omvat alleen de ruim 70 woonarken.

Hondenbelasting
Hondenbelasting wordt geheven voor het houden van een hond. Naar aanleiding van de vorig jaar ingediende motie Blafdialoog is besloten om het tarief van de hondenbelasting vanaf 2018 te verlagen naar het landelijk gemiddelde. Daarnaast is het hogere tarief voor de 2e en volgende hond(en) vervallen. Conform de uitgangspunten van de Perspectiefnota 2019 zijn de tarieven met 2% verhoogd.

 Hondenbelasting (bedragen in euro's)

2018

2019

Per hond

76,00

77,50

Kennel

125,00

127,50

Parkeerbelasting
Parkeerbelasting wordt geheven voor het parkeren van een voertuig op een aangewezen plaats en tijdstip of voor verleende parkeervergunningen. Met de heffing van parkeerbelasting worden algemene inkomsten verkregen. Wanneer een parkeerder geen of te weinig parkeergeld betaalt kan het verschuldigde parkeergeld via een naheffingsaanslag op de parkeerder worden verhaald, inclusief een opslag voor de kosten die met het opleggen van de aanslag zijn gemoeid. Het bedrag dat als opslag mag worden doorberekend is aan een wettelijk maximum gebonden. Conform gedragslijn wordt het wettelijk maximumtarief gehandhaafd, hetgeen op dit moment neerkomt op € 62,70.

Precariobelasting
Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen op, onder of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. In 2017 is een wetswijziging van kracht geworden waarmee de mogelijkheid om precariobelasting te heffen op nutsnetwerken is afgeschaft. Voor gemeenten die op de datum waarop het wetsvoorstel is ingediend (10 februari 2016) al precariorechten voor dergelijke netwerken berekenden geldt een overgangstermijn van 5 jaar. Vanaf 2022 komen de inkomsten voor precariobelasting voor de nutsbedrijven te vervallen. Dit betekent vanaf 2022 een structurele verlaging van inkomsten van € 340.000. Hiermee is in deze begroting al rekening gehouden.

Gebonden heffingen

De opbrengst van deze zogeheten gebonden heffingen dient ter bestrijding van de kosten die de gemeente voor de betreffende dienstverlening maakt.

Per heffingssoort wordt de opbouw van de lasten weergegeven, waarbij een onderscheid wordt toegepast in de volgende twee categorieën:

  • Directe lasten op basis van de taakvelden (alle direct toe te rekenen lasten, exclusief overhead en rente)
  • Indirecte lasten bestaande uit overhead en BTW

Voor het bepalen van het dekkingspercentage worden de lasten inzake overhead en BTW toegerekend, de indirecte lasten. De overhead wordt toegerekend op basis van een overheadtarief en het aantal begrote uren van de betreffende taakvelden per heffing.
In 2019 wordt de huidige systematiek van kostentoerekening onderzocht en daar waar nodig verbeterd en bijgesteld.

Afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing is een heffing ter bestrijding van kosten van beheer van huishoudelijke afvalstoffen. De heffing komt ten laste van gebruikers van percelen waarvoor de gemeente een inzamelverplichting voor huishoudelijk afval heeft. De heffing is afhankelijk van de omvang van het betreffende huishouden. Er worden twee tarieven gehanteerd, namelijk voor een- en meerpersoonshuishoudens. Bij éénpersoonshuishoudens wordt een korting verleend van 20% op het meerpersoonstarief.

Door de sterke stijging van verwerkingskosten van afval en het op grote schaal bijplaatsen van grof huisvuil bij afvalcontainers, is de afvalinzameling en verwerking door Waardlanden niet meer uitvoerbaar binnen de huidige gemeentelijke tarieven. Het gemeentelijke uitgangspunt is dat de tarieven 100% kostendekkend zijn, dit leidt tot een noodzakelijke tariefstijging. De jaren 2016 en 2017 lieten al een negatief resultaat zien, maar dit is toen opgevangen vanuit de beschikbare reserves. Omdat verwacht wordt dat deze trend zich doorzet zal het tarief voor meerpersoonshuishoudens met € 34 worden verhoogd (naar € 260) en voor eenpersoonshuishoudens met € 27 (naar € 208).

Opbouw tarieven

Taakveld

% in heffing

Bedrag in heffing

7.3

Afval

100%

€ 223

63

Inkomensregelingen

2%

€ 20

0.64

Belastingen overig

15%

€ 1

Bovenstaand overzicht geeft inzicht in de kostendekkendheid van het tarief. De begrote kwijtschelding afvalstoffenheffing is opgenomen onder taakveld 63. De lasten daarvan worden meegenomen in de berekening van de kostendekkendheid. De overige lasten betreffen de perceptiekosten voor de diverse belastingen. Hiervan wordt 15% toegerekend aan de afvalstoffenheffing. Dit percentage is bepaald op basis van ervaringscijfers. Het bedrag is in totaal het gewogen gemiddelde van tarieven voor de afvalstoffenheffing.

Omschrijving

Bedragen (in € x 1.000)

Lasten taakvelden

3.773

Inkomsten taakvelden, exclusief heffingen

-

Netto lasten taakvelden

3.773

Toe te rekenen lasten (overhead en BTW)

140

Totale lasten

3.913

Opbrengst heffingen

3.913

Dekkingspercentage

100%

Rioolbelasting
Op grond van de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken hebben de gemeenten de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Om deze zorgplicht te bekostigen kan de gemeente ingevolge artikel 228a van de Gemeentewet rioolbelasting heffen. Evenals bij de afvalstoffenheffing wordt bij woningen een onderscheid gemaakt tussen één- en meerpersoonshuishoudens. Bedrijven betalen per 150 m3 waterverbruik een vast tarief dat gelijk is aan het meerpersoonstarief. Uitgangspunt voor de vaststelling van de tarieven is 100% kostendekkendheid. Tot de kosten die gedekt worden uit de rioolbelasting worden naast de kosten voor rioolbeheer en onderhoud ook 50% van de kosten van straatreiniging en 20% van de kosten van waterbeheersing gerekend. Er is voor gekozen om de tarieven van de rioolbelasting over een periode van 25 jaar te bezien omdat dit een realistischer beeld geeft van de tariefsontwikkelingen. In deze systematiek wordt de egalisatievoorziening ingezet om de tariefschommelingen te vereffenen die zich gedurende deze periode kunnen voordoen. Hierdoor kunnen de tarieven, bij ongewijzigde omstandigheden, ook op de middellange termijn op een gelijk niveau worden gehouden. De tarieven zijn daarom gelijk aan die in de huidige meerjarenbegroting, namelijk € 220 voor meerpersoonshuishoudens en € 176 voor eenpersoonshuishoudens.

Opbouw tarieven

Taakveld

% in heffing

Bedrag in heffing

7.2

Riolering

96%

€ 175

63

Inkomensregelingen

2%

€ 14

6.4

Belasting overig

15%

€ 1

2.1

Verkeer en vervoer

7%

€ 17

Bovenstaand overzicht geeft inzicht in de kostendekkendheid van het tarief. De begrote kwijtschelding rioolbelasting is opgenomen onder taakveld 63. De lasten daarvan worden meegenomen in de berekening van de kostendekkendheid. De lasten van het taakveld 6.4 betreffen de perceptiekosten voor de diverse belastingen. Hiervan wordt 15% toegerekend aan de rioolbelasting. Dit percentage is bepaald op basis van ervaringscijfers. De lasten van taakveld 2.1 zijn de lasten voor het straatvegen. Het bedrag in heffing is in totaal het gewogen gemiddelde van tarieven voor de rioolbelasting.

Omschrijving

Bedragen (in € x 1.000)

Lasten taakvelden

3.575

Inkomsten taakvelden, exclusief heffingen

-

Netto lasten taakvelden

3.575

 

 

Toe te rekenen lasten (overhead en BTW)

397

Totale lasten

3.972

 

 

Opbrengst heffingen

3.972

 

 

Dekkingspercentage

100%

Leges
Bij leges betreffen het recht op grond van het genot van, door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Het betreft dan bijvoorbeeld het behandelen van verzoeken om verlening van een vergunning en het verstrekken van een paspoort of rijbewijs. Sommige legestarieven (zoals die van paspoorten en rijbewijzen) zijn gebonden aan wettelijke maxima en kunnen dus alleen worden verhoogd in de mate waarin het Rijk het toestaat. De overige tarieven, zoals de leges voor diverse soorten (omgevings-)vergunningen, huwelijksleges en leges voor verstrekkingen uit de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA) zijn conform de Perspectiefnota verhoogd met 2%.

In de onderstaande tabel zijn de omvang en het dekkingspercentage van de onderdelen weergegeven.

Omschrijving

Bedragen (in € x 1.000)

Omgevingsvergunningen

Publiekszaken

Overige leges

Totaal leges

Lasten taakvelden

879

817

20

1.716

Toe te rekenen lasten (overhead)

489

498

0

987

Totale lasten

1.368

1.315

20

2.703

Opbrengst heffingen

1.049

399

29

1.477

Dekkingspercentage

55%

Overige rechten
De overige tarieven zoals markt- en kadegelden zijn conform de perspectiefnota verhoogd met 2%. In de onderstaande tabel zijn de omvang en het dekkingspercentage van de onderdelen weergegeven. Bij begraafrechten is het uitgangspunt kostendekkendheid, maar zijn de tarieven ook met 2% verhoogd. Er komt eerst een nader onderzoek naar de kostentoerekening en de gevolgen van de (in de perspectiefnota genoemde) aanpassing volgend uit het BBV, waarbij baten worden toegerekend aan de jaren waarop ze betrekking hebben ter dekking van het onderhoud.

Omschrijving

Bedragen (in € x 1.000)

Begraafrechten

Marktgelden

Kadegelden

Totaal overige rechten

Lasten taakvelden

387

34

27

448

Toe te rekenen lasten (overhead)

151

21

-

172

Totale lasten

538

55

27

620

Opbrengst heffingen

324

42

116

482

Dekkingspercentage

78%