Benodigde weerstandscapaciteit

Om de benodigde weerstandscapaciteit te berekenen, zijn allereerst de risico's geïdentificeerd. Vervolgens is gekeken naar de kans van optreden van het risico: erg onwaarschijnlijk, waarschijnlijk, zeer waarschijnlijk of er zijn duidelijke indicaties die wijzen op optreden. Deze kansen zijn uitgedrukt in procenten. Vervolgens is deze kans vermenigvuldigd met de financiële grondslag voor de berekening van het risico (kolom bedrag). Als het risico meerjarige financiële effecten heeft, wordt het risico voor maximaal vier jaar meegenomen in de benodigde weerstandscapaciteit. Jaar 1 voor 100%, jaar 2 voor 75%, jaar 3 voor 50% en jaar 4 voor 25%. Dat betekent dat vanaf het jaar van optreden van een risico de gemeente maximaal vier jaar de tijd heeft om het financiële effect voor 100% in de begroting op te vangen.

In deze paragraaf bespreken wij allereerst de risico's met een incidenteel financieel effect. Als tweede bespreken we de risico's met een structureel financieel effect. Als derde bespreken we de risico's zonder een financieel effect voor de benodigde weerstandscapaciteit.

Benodigde weerstandscapaciteit
(bedragen x € 1 miljoen)

Jaarrekening 2017

Kans

Bedrag

2019

2020

2021

2022

Huidig

Incidenteel financieel effect

1. Gemeentelijke grondexploitaties

3,86

3,86

3,86

2. Hoog Dalem

2,89

87,5%

3,30

2,89

3. Waarborgen en garanties

3,75

12,5%

47,51

5,94

4. Uitgegeven geldleningen

0,34

12,5%

0,76

0,10

5. Station Papland

2,28

87,5%

2,60

2,28

Structureel financieel effect

6. BTW Sport

-

87,5%

0,30

0,26

0,20

0,13

0,07

0,66

7. Bedrijfsvoering

0,47

37,5%

0,25

0,09

0,07

0,05

0,02

0,23

8. Dividendinkomsten

0,77

12,5%

0,35

0,04

0,03

0,02

0,01

0,11

9. Verbonden partijen

0,31

12,5%

1,00

0,13

0,09

0,06

0,03

0,31

10. Gemeentefonds

0,94

37,5%

0,60

0,22

0,17

0,11

0,06

0,56

11. Vennootschapsbelasting

1,53

-

-

12. Leegstand panden

0,33

87,5%

0,35

0,31

0,23

0,15

0,08

0,77

Totaal benodigde weerstandscapaciteit

17,47

60,88

1,06

0,79

0,53

0,26

17,70

Risico's met een incidenteel financieel effect

1. Gemeentelijke grondexploitaties

De risico's rondom de gemeentelijke grondexploitaties zijn in totaal ingeschat op € 3,86 miljoen. De risico's zijn gebaseerd op het MPG 2018, waarin deze zijn uitgesplitst per grondexploitatie. Omdat hier het totaalrisico wordt weergegeven, zijn de kolommen kans en bedrag niet ingevuld.

2. Hoog Dalem

De gemeentelijke risico's van het bouwproject Hoog Dalem worden, op basis van de laatst vastgestelde grondexploitatie, gehandhaafd op € 3,3 miljoen. Dit komt neer op het gemeentelijk aandeel in de reeds betaalde onteigeningsvergoeding voor het middengebied en de bijkomende juridische kosten. De rechtszaak over de onteigeningsvergoeding heeft meer tijd in beslag genomen dan vooraf verondersteld. De uitspraak van het hof wordt pas begin 2019 verwacht. De kans dat de gemeente ook tenminste dit bedrag zal moeten betalen als onteigeningsbijdrage wordt hoog ingeschat, waardoor het gewogen risico op € 2,89 uitkomt.

3. Waarborgen en garanties

De gemeente Gorinchem staat voor circa € 47 miljoen garant voor leningen van bijvoorbeeld deelnemingen, onderwijsinstellingen en verenigingen. Deze € 47 miljoen vormt de financiële grondslag voor de berekening van het risico. De kans dat de gemeente wordt aangesproken voor schulden/leningen van deze instanties is ingeschat als erg onwaarschijnlijk (12,5%).

4. Uitgegeven geldleningen

De gemeente Gorinchem heeft circa € 0,76 miljoen leningen verstrekt aan bijvoorbeeld stichtingen. Deze € 0,76 miljoen vormt daarmee de financiële grondslag voor de berekening van het risico. De kans dat één of meer van deze stichtingen hun lening niet kan terugbetalen, wordt ingeschat op erg onwaarschijnlijk (12,5%).

5. Station Papland

In de Perspectiefnota 2017-2020 is in het hoofdstuk Relevante ontwikkelingen station Papland genoemd: Met betrekking tot de aanleg van station Gorinchem Noord / Papland op de MLL is besloten dat de aanleg daarvan wordt uitgesteld en in principe 'meeloopt' met de ontwikkeling van bedrijventerrein Groote Haar.

De uitgifte van het bedrijventerrein is op zijn beurt afhankelijk van de realisatie van een tijdelijke extra ontsluiting van de A27. Daarmee is er nog niet met zekerheid te zeggen wanneer met de aanleg van het station gestart kan worden. Het totale tekort wordt ingeschat op circa € 2,6 miljoen (en als zeer waarschijnlijk, 87,5%). Zodra er meer duidelijkheid is over het moment waarop het station gerealiseerd gaat worden, zal worden bezien op welke wijze de financiering van de totale investering plaatsvindt, mede in relatie tot de reeds beschikbaar gestelde middelen.

Risico's met een structureel financieel effect

6. BTW Sport

Als gevolg van gewijzigde landelijke regelgeving zullen kosten voor sport (incl. exploitatie van de accomomodaties) vanaf 2019 in veel gevallen niet meer in aanmerking komen voor aftrek van BTW. Dit betekent dat de BTW een kostprijsverhogende factor wordt. Een deel van de kosten voor sport(accommodaties) wordt gemaakt door de gemeente, een deel door de verschillende - al dan niet gesubsidieerde - sportverenigingen. Dit betekent dat onderzocht gaat worden wat het effect op de gemeentelijke kosten en subsidies is, door het wijzigen van de BTW-regelgeving. Een globale inschatting van wat de kostenstijging zou kunnen betekenen is opgenomen in deze risicoparagraaf. Voor de investeringen in (nieuwe) sportaccommodaties geldt een subsidieregeling, waaruit de BTW-kosten worden gecompenseerd.

7. Bedrijfsvoering

Risico's omtrent bedrijfsvoering ontstaan doordat juridische afspraken niet (kunnen) worden nagekomen, het contractenbeheer niet op orde is, de mogelijke (financiële en / of personele) gevolgen van de organisatieontwikkeling, de kosten voor externe inhuur en (langdurig) ziekteverzuim hoger uitvallen dan verwacht et cetera. Ook nieuwe wettelijke ontwikkelingen die op de gemeente afkomen en die gevolgen kunnen hebben voor de bedrijfsvoering vallen hieronder. Denk bijvoorbeeld aan de invoering van de wet Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) per 25 mei 2018. Inmiddels is hiervoor formatie opgenomen in de begroting. Voor de mogelijke financiële en personele consequenties van de organisatieontwikkeling is een reserve gevormd. Het risico voor de bedrijfsvoering wordt daarom neerwaarts bijgesteld naar € 0,25 mln. De kans wordt ingeschat op waarschijnlijk (37,5%). Omdat het hier gaat om een risico met structurele financiële effecten, komt het totale risico uit op € 0,25 miljoen.

8. Dividendinkomsten

De begrote dividendinkomsten waren jaarlijks circa € 0,8 miljoen. In deze begroting is het structureel wegvallen van het dividend van Eneco (€ 450.000), als gevolg van de voorgenomen verkoop van aandelen, reeds verwerkt. De resterende begrote dividendinkomsten betreffen Stedin en de BNG. De kans dat die dividendinkomsten substantieel lager uitvallen wordt ingeschat als erg onwaarschijnlijk.

9. Verbonden partijen

Gemeente Gorinchem heeft te maken met diverse verbonden partijen. Het aantal verbonden partijen en het financieel en inhoudelijk belang hiervan neemt de laatste jaren toe. In de paragraaf Verbonden partijen is meer informatie te vinden per verbonden partij met bijvoorbeeld een beschrijving van het publiek belang en de risico's. Niet alle risico's die daar genoemd worden, zijn financieel vertaald. Momenteel is er veel aandacht voor verbonden partijen en in het bijzonder gemeenschappelijke regelingen. Om de eigenaarsrol van de gemeente beter te kunnen ondersteunen, wordt hiervoor sinds 2018 extra capaciteit ingezet. Als financiële grondslag voor de berekening van het risico hanteren wij een bedrag van € 1 miljoen en schatten wij de kans in op erg onwaarschijnlijk (12,5%).

10. Gemeentefonds

De hoogte van het Gemeentefonds heeft de afgelopen jaren een fluctuerend verloop gekend. Dit werd met name veroorzaakt door de algemene economische omstandigheden, het uitgangspunt van 'Samen de trap op, samen de trap af' en periodieke herijkingen van de maatstaven. De jaarlijkse groei (of krimp) van het gemeentefonds staat ook wel bekend als het accres. De normeringssystematiek 'Samen de trap op, samen de trap af' blijft bestaan, maar is verruimd. Met ingang van 2018 is de basis voor deze berekening de totale rijksbegroting. Dit geeft een bredere basis en daarmee een stabielere ontwikkeling van de accrespercentages. De opgaven uit het regeerakkoord zijn op hoofdlijnen vertaald in het InterBestuurlijk Programma (IBP), waarvoor structureel extra middelen worden ontvangen. Ca 2/3 van het IBP is in de begroting gereserveerd op een stelpost om deze opgaven te realiseren. De verdere invulling zal de komende jaren vorm krijgen. Omdat niet precies duidelijk is wat de opgaven gaan kosten en verdere fluctuaties in het gemeentefonds niet geheel zijn uitgesloten, wordt een risicobedrag opgenomen gelijk van € 0,6 mln (ca. 1% van het gemeentefonds) met een kans van 37,5%.

11. Vennootschapsbelasting (vpb)
Het vervolgonderzoek naar de definitieve bepaling van onze belastingplichtige activiteiten is in 2018 afgerond. Hieruit blijkt dat de gemeente Gorinchem geen vennootschapsbelasting is verschuldigd. Het eerder opgenomen risico van € 0,7 mln. komt daarmee te vervallen.

12. Leegstand panden

In de begroting staan ruim € 3 miljoen aan huuropbrengsten geraamd. Bij de meeste verhuurde panden is sprake van een meerjarige verhuurovereenkomst en is het risico op leegstand beperkt. Bij enkele panden is het risico groter. Een concreet voorbeeld is het gemeentelijk pand aan het Stadhuisplein, waarin momenteel Avres gehuisvest is. Avres heeft inmiddels het huurcontract opgezegd. Het gemeentelijk pand komt daarmee, maar een concrete huurder is nog niet gevonden. Het bedrag voor de panden waar de gemeente risico loopt is ingeschat op € 0,35 mln. Het risico valt in de hoogste categorie (87,5%).

Risico's zonder financieel effect voor het weerstandsvermogen

1. Sociaal Domein

De reserve Sociaal Domein is op dit moment toereikend om specifieke risico's in het Sociaal Domein af te dekken. Daarom worden de risico's in het Sociaal Domein niet meegenomen in de berekening voor de benodigde weerstandscapaciteit. Denk bij eventuele risico's in het bijzonder aan de Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J), inclusief de Service Organisatie Jeugd (SO). Deze doet in beginsel niet aan reservevorming. Bij substantiële financiële tegenvallers kan zij daarom bij gemeenten aankloppen. De raad heeft in 2017 in haar zienswijze op de begroting het belang aangegeven om te blijven sturen op een reëel financieel meerjarenperspectief. In 2018 is er een beroep op de deelnemende gemeenten gedaan voor een extra bijdrage ter dekking van het verwachte tekort. Het is de doelstelling om meerjarig het tekort terug te dringen om zo structureel de lasten te laten passen binnen het beschikbare budget. Door het karakter van de open-einde regeling, blijft het overigens moeilijk om hier direct invloed op uit te oefenen. Ook op het gebied van beschut werk en re-integratie zien we een toenemende druk op de beschikbare budgetten. De invoering van een (verlaagd) abonnementstarief bij de huishoudelijke ondersteuning betekent waarschijnlijk ook vanuit die kant een oplopende druk op de budgetten. De financiële risico's in het Sociaal Domein blijven daarmee een aandachtspunt.

2. Rentelasten

Conform het Treasurybeleid ligt de targetrente onder de gehanteerde rekenrente. Hierdoor vallen naar verwachting de rentelasten van eventuele nieuwe (langlopende) leningen binnen de meerjarige begrote rentelasten. Om die reden schatten wij het risico dat de rentelasten hoger zijn dan de begrote rentelasten in op nihil.

3. Omgevingswet

De Omgevingswet zal naar alle waarschijnlijkheid op 1 januari 2021 in werking zal treden, dit zal een forse impact hebben op de gemeentelijke organisatie. Er is een werkgroep aan de slag om alle voorbereidingen te treffen zodat de wet per ingangsdatum kan worden uitgevoerd. Voor het jaar 2019 is hiervoor een werkbudget van € 180.000 beschikbaar, een eventueel restant van de beschikbare middelen in 2018 (€ 200.000) wordt hieraan toegevoegd. Vooralsnog wordt het risico op nihil geschat.

4. Waarborggaranties

De huidige boekwaarde van de totale garanties bedraagt iets meer dan € 800 miljoen. Circa € 764 miljoen hiervan bestaat uit de garantstellingen door tussenkomst van waarborgfondsen. Dit zijn stichtingen die garant staan voor leningen die kredietverstrekkers zoals banken hebben uitstaan bij woningbouwcorporaties, welzijnsorganisaties et cetera. De gemeente fungeert als achtervang voor het waarborgfonds. Het risico dat de gemeente wordt aangesproken als achtervang is nagenoeg nihil.

5. Uittreden gemeenten Zederik en Leerdam uit de verbonden partijen

De fusie tussen de gemeenten Zederik en Leerdam (Zuid-Holland) en Vianen (Utrecht) tot de gemeente Vijfheerenlanden wordt per 1 januari 2019 een feit. Daarbij wordt de gemeente Vijfheerenlanden onderdeel van de provincie Utrecht. Dit betekent dat beide gemeenten bij diverse GR-en in Zuid-Holland zullen uittreden. De wijziging van gemeenten naar een andere provincie, is een uitzondelijke situatie. Het uitgangspunt voor de verschillende GR-en is dat zij het financiële nadeel, dat ontstaat door de uittreding, in rekening brengen bij de uittredende gemeenten. Derhalve is er geen rekening gehouden met een financieel effect voor de gemeente Gorinchem.